Can I get some lights please?!

En het is alsof de muziek even stilvalt. Het is alsof alle spotlights in de ruimte een moment gericht zijn op deze grootse entree. De entree van een kolonne aan Eindhovense hotshots, oftewel de graag geziene exemplaren in het uitgaansleven te herkennen aan hun piekfijne styling, perfect gekapte coupes, buiten hun uiterst succesvolle vriendjes zelf ook allesbehalve onverdienstelijk en niet te vergeten het voetstuk ter grootte van het PSV-stadion waar ik ze, naast de in mijn ogen 1200 adorerende mannen, onmiskenbaar op plaats.

En waar er een organische ereboog aan ruimte wordt gecreëerd voor deze populaire partycrashers, krijg ik opeens de ene na de andere beuk te verduren. Ik wil naar huis. Het enthousiasme en het plezier waarmee ik tot een kwartier geleden nog onbevangen door de ruimte dartelde, is compleet verdwenen. En voordat ik het weet sta ik mezelf gruwelijk af te fikken. Ik ben me opeens ontzettend bewust van m’n outfit, m’n moves, m’n voorkomen en ben het volmondig eens met m’n innerlijke criticus die genadeloos de ene na de andere verwoestende kreet in m’n oor brult. ‘Je ziet er niet uit in vergelijking met hun’, ‘En jij dacht serieus van toegevoegde waarde te zijn hier? ‘Wie ben jij nou om hier zo vol zelfvertrouwen uit je dak te staan gaan?’.

En na de 3e ongegeneerde beuk, die me minstens 1,5 meter de lucht in lanceert, valt het kwartje. Sinds de voltallige orde haar imposante intrede heeft gemaakt, heb ik me piepklein, zo mogelijk, onzichtbaar gemaakt.  Ik ben letterlijk in hun schaduw gaan staan en m’n innerlijke criticus heeft daar welwillend gebruik van gemaakt door me letterlijk tot de grond toe af te maaien. En opeens zie ik wat er gebeurt en opeens word ik me bewust van een hardnekkig patroon wat me, onder het mom van ‘ik heb het gehad’ en ‘het is mooi geweest’, regelmatig verslagen op m’n fietsje doet afdruipen.

En ook nu bungelt er alweer één arm in m’n jasmouw op het moment dat ik me besef dat het een verhaal is. Een verhaal waarin ik zelf ben gaan geloven. Een verhaal gebaseerd op overtuigingen en irreële verbindingen gemaakt in het verleden. En godzijdank staat daar mijn grote broer en lukt het me uit te spreken wat er gebeurt. Het voelt veilig genoeg om m’n onzekerheid met hem te delen en me in m’n volste kwetsbaarheid aan hem te laten zien. Hij luistert, toont compassie en zijn acceptatie voedt me op een diep niveau. In het licht van zijn onvoorwaardelijke liefde, lukt het me mezelf te verbinden met het deel van me wat wel volledig in vertrouwen is. Aan mijn kern die vervuld is met zelfliefde en acceptatie. En het lijkt erop dat de situatie van zojuist een opening heeft gecreëerd. Een opening voor deze onvoorwaardelijke liefde om op overvloedige wijze de zojuist-genadeloos-bloot-gelegde-gapende-leegte binnen te stromen

En het blijft prikkelen. Het blijft me uitdagen. Ik mag alert blijven. Het is een groefje in m’n systeem dat niet zomaar wordt gladgestreken. Maar voor het eerst sinds lange tijd heb ik mogen ervaren dat ik er los van kan komen en dat geeft me een keuze; de keuze om erin mee te gaan en de keuze om er van een afstandje naar te kijken. En langzaam beginnen die heupjes weer te wiegen, begint m’n lichaam zich weer te vullen met lichte en sprankelende energie en ontstaat er ruimte in mezelf en om me heen. Langzaam komt die grote glimlach weer tevoorschijn en besef ik me dat ik zojuist begonnen ben aan het herstel van een afgebrokkeld cruciaal stukje fundering.

175233b2b555d3def147dd2c1177e608