Kiss the bloody guy!

Eigenlijk was het nooit zo moeilijk. Iemand zoenen. Vaak had ik ‘stoere’ mannen die het initiatief namen en waar ik me, als ik wilde, me gewoon in mee liet voeren. Ik dacht er nooit zoveel over na, het gebeurde gewoon. Maar nu mijn eigen vrouwelijkheid steeds meer ruimte krijgt en ook mijn maskers en muurtjes steeds minder belemmeringen vormen, trek ik andere mannen aan. Mannen waarbij, laten we zeggen, de zachte en vrouwelijke aspecten wat meer aanwezig zijn. Misschien zijn het wel ‘de nieuwe mannen’, de ‘nieuwetijdsmannen’ waarbij zachtheid, openheid en kwetsbaarheid volledig kunnen zijn.

Het is echt
Maar daarmee verandert er iets in de dynamiek. Want in plaats van af te wachten, lijk ik steeds vaker te worden uitgenodigd om zelf initiatief te nemen. En poeh wat vind ik dat lastig. En waarom? Ik heb geen idee. Misschien is het wel de kans om afgewezen te worden of het feit dat mijn ‘tegenspeler’ geen masker opzet waarop ook ik vervolgens automatisch mijn verkleedkist in de kast laat staan. Het is echt. Het is puur. En het komt fucking dichtbij.

Testing, 1,2,3 testing
Maar het leven zou het leven niet zijn, als ik niet uitgebreid de kans zou krijgen deze nieuwe dynamiek te onderzoeken. En zo ontmoette ik gister in een Amsterdams parkje een bruinharige adonis waar, er naar een paar uurtjes kletsen, een prettige chemistry ontstond met daarin de kraakheldere uitnodiging aan mij om een volgende stap te zetten. En even vervloek ik mijn innerlijke streefster die altijd alles aan wil gaan en me deze keer niet weg laat komen met een ‘hey-het-was-gezellig-laterrrrr-hug’.

Kiss the fucking guy
En eenmaal op het pontje richting Centraal weet ik dat het moment is aangebroken en ik wil letterlijk m’n handen voor m’n gezicht slaan om me te verstoppen; ik voel me zo ontiegelijk naakt. ‘Uhm, ja, uhm, fuck’, is het ongemakkelijke gestommel waarmee ik mezelf probeer bloot te geven en het liefst zou ik terstond door de bodem zakken, aangezien het koude water van het IJ nog aantrekkelijker voelt dan deze ultieme-akward-zone waar ik momenteel vol inhang. Maar godzijdank, de langharige adonis pikt mijn ongelukkige gestuntel op en brengt zijn hoofd in mijn richting. ‘Oh fuck, oh fuck, oh fuck, daar gaan we’. Zijn lippen raken de mijne en terwijl ik nog met m’n handen in m’n zakken sta en het er waarschijnlijk uitziet of er een onzichtbare koelkast tussen ons in staat, breidt de kus zich verder uit.

Een huppelend hartje
En er gebeurt vanalles in m’n lijf. Ik voel me nog steeds ongemakkelijk. Maar hoezo dan in hemelsnaam? Omdat er iemand zo dichtbij me komt? Is het de onzekerheid die ik voel? De angst dat ik er een potje van maak met daaruit voortvloeiend de angst voor afwijzing? Ik weet het niet. Maar ik blijf voelen. Ik blijf ruimte geven aan de gevoelens die, op het ritme van het IJ, naar het oppervlak deinen, maar die langzaam vervagen en ruimte maken voor een gevoel van verrukking en overgave. Althans voor even. Want een moment later meren we aan, kussen we elkaar ‘goodbye’ en stappen we allebei ons eigen leven weer in. Maar niet voordat mijn extatische hart een flinke huppel maakt….;)

Later in de trein besef ik me overigens dat deze zone van kwetsbaarheid essentieel is voor de vruchtbare voedingsbodem waarop liefde kan ontstaan. Daarover later meer… 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.